Havenbeveiliging
Havenbeveiliging is een aparte tak van veiligheidsdienst- verlening, met specifieke nationale en internationale wetgeving.

Strengere handhaving wetgeving havenbeveiliging/ WPBR

Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat en het ministerie van Justitie & Veiligheid hebben aangegeven strenger te controleren op het (laten) verrichten van beveiligingswerkzaamheden op een haven. Hierbij is kenbaar gemaakt dat beveiligingswerkzaamheden die niet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de WPBR, strafbaar is in het kader van de Wet op de Economische delicten. De eisen waaraan bedrijven volgens de WPBR en de Havenbeveiligingswet moeten voldoen zijn:

  1. De personen die worden ingezet voor de beveiliging van een havenfaciliteit, moeten voldoen aan bepaalde opleidingseisen. Ze moeten in het bezit zijn van een:

    • Diploma Beveiliger 2 van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties (SVPB) of het hiermee gelijkgesteld SVPB-diploma Algemeen Beveiligingsmedewerker of basisdiploma beveiliging.
    • Certificaat ten bewijze van het met goed gevolg afleggen van een door de minister van Infrastructuur & Waterstaat erkende cursus Havenbeveiliger.
  1. De werkgever moet toestemming hebben om de beveiliger te werk te mogen stellen. Die toestemming moet door de werkgever worden aangevraagd bij de korpschef van de eenheid waar de werkgever is gevestigd. In het kader van die aanvraag om toestemming wordt door de afdeling korpscheftaken de betreffende medewerker op betrouwbaarheid (screening) en op bekwaamheid (opleiding) beoordeeld.
  2. Indien de betrouwbaarheid en de bekwaamheid is vastgesteld ontvangt de werkgever het legitimatiebewijs voor de betreffende medewerker, die dit op zijn beurt verstrekt aan de betreffende medewerker. De medewerker moet dit tijdens werktijd bij zich hebben.
  3. De werkgever heeft de verplichting de beveiligingsmedewerkers van een door Dienst Justis goedgekeurd uniform te voorzien.
  4. Als mensen ingezet worden vanuit hun eigen bedrijfsbeveiligingsdienst moeten ze daar wel een vergunning voor hebben.
  5. De leidinggevenden en beleidsbepalers van het bedrijf hebben toestemming nodig van de Minister van Justitie & Veiligheid. Ook zij worden daarvoor gescreend, ditmaal door Dienst Justis.

In geval van niet- naleving kan aan houders van een vergunning een administratieve boete worden opgelegd en overtreding van bepaalde wettelijke bepalingen kan leiden tot strafvervolging op grond van de Wet op de Economische delicten. Voor deze handhaving zal geen overgangstermijn ingesteld worden en binnen een paar maanden zal hier strenger op gehandhaafd worden.